30/06
2011

[Opinie] Flexibiliteit: dagbalancering lost veel problemen op

Het grootste deel van de tijd is GastTerra dominant in de markt van uurflexibiliteit. Dat is de conclusie van de Brattle Group. Brattle deed in opdracht van de NMA onderzoek naar de flexibiliteitmarkt in de periode 2012 – 2016. Dit onderzoek is relevant voor de gasmarkt omdat het flexibiliteitbesluit uit 2008 al dan niet vernieuwd moet worden. Conform het methodebesluit Flexibiliteit 2009 – 2011, koopt GTS centraal flexibiliteit in. GasTerra is hierbij verplicht flexibiliteit aan GTS te bieden tegen redelijke prijzen. GTS verkoopt de capaciteit vervolgens weer als Combiflex/Nomflex aan marktpartijen die daar behoefte aan hebben. Zonder dominantie van Gasterra vervalt de wettelijke basis voor dit arrangement.

Behalve het grootste deel van de tijd dominant, is GasTerra volgens Brattle ook in staat om het grootste deel van de tijd de prijzen significant te beïnvloeden. Door het beschikbaar komen van meer pijpleidingcapaciteit en de teruglopende productiecapaciteit van Groningen, neemt de dominantie in de komende jaren wel af. Slechts als sec gekeken wordt naar het gemiddelde marktaandeel over het hele jaar, dan ligt GasTerra's marktaandeel beneden de 50%. Dit percentage is relevant omdat de Europese Commissie uitgaat van dominantie bij marktaandelen hoger dan 50%, tenzij het tegendeel wordt aangetoond.

Het heeft er veel van weg dat Brattle de rol van GasTerra onderschat. In de aannames waarop de berekeningen zijn gebaseerd, gaat Brattle er namelijk van uit dat elektriciteitsproducenten 20% van het totale gasgebruik kunnen vrijmaken. Daarmee voegt Brattle maar liefst 624000 m3/h flexibiliteit toe aan 'onder controle van anderen dan GasTerra', oftewel een kleine 5% van de totale hoeveelheid flexibiliteit. Ter vergelijking, de bijdrage van Gate LNG terminal blijft steken op ongeveer 2,5% van het totaal.

Hoe elektriciteitsproducenten de vrijmaking van substantiële hoeveelheden gas voor elkaar kunnen krijgen laat Brattle in het midden. Brattle neemt gewoon aan dat alternatieve brandstoffen beschikbaar zijn of dat vervanging door productie elders mogelijk is. Afhankelijk van het elektrisch rendement van de betreffende gascentrale komt 624000 m3/h overeen met 2500 tot 3000 MW aan elektrisch vermogen. Bij inzet van de betreffende flexibiliteit moet voor deze weggevallen elektriciteitsproductie alternatieven worden gevonden.

Onmiskenbaar zijn de meeste gascentrales in bepaalde mate flexibel inzetbaar. Echter, op deze flexibiliteit wordt reeds veelvuldig beroep gedaan terwijl de tijden dat gascentrales massaal op stookolie konden overstappen al lang achter ons liggen. De beschikbare flexibiliteit van gascentrales is namelijk ook nodig voor het volgen van de vraag en tevens om fluctuaties van windturbines te kunnen opvangen. Tenslotte zijn gascentrales ook nodig om uitval van steenkoolcentrales op te kunnen vangen. Daarentegen is slechts zelden 3000 MW steenkoolvermogen beschikbaar om de productie van afgeregelde gascentrales te vervangen. Mede gelet op de plannen van de regering om steenkoolcentrales een belangrijke rol te laten spelen bij het halen van de duurzaamheids­doelstellingen, ligt het in reserve houden van steenkoolcentrales ook niet voor de hand.

Brattle concludeert in de recht toe recht aan analyse dat GasTerra in 2012 46% marktaandeel heeft in de markt voor uurflexibiliteit, Dit aandeel daalt naar 37% in 2016. In de meer geavanceerde analyse, waarbij rekening wordt gehouden met het seizoenspatroon van de vraag naar gas, ligt het marktaandeel van GasTerra meer dan 85% van de tijd boven de 50%. Tevens is GasTerra meer dan 84% van de tijd 'pivotal', oftewel, in theorie in de positie om de prijs te bepalen. Richting 2016 daalt dit tijdsaandeel naar 70%, aldus Brattle. Zoals gemeld, deze berekeningen zijn gebaseerd op een extreem hoge regelbaarheid van gascentrales. Zou die regelbaar niet of nauwelijks op de gasmarkt ingezet kunnen worden (wat voor de hand ligt voor het collectief van centrales, dit in tegenstelling tot individuele centrales), dan stijgt GasTerra marktaandeel in de rechttoe rechtaan berekening met ongeveer 2,5 procentpunt tot 48,5%, hetgeen zeer dicht tegen de kritische grens van 50% aanligt. In de meer geavanceerde analyses van Brattle zal het marktaandeel van GasTerra zonder de afschakelbare gascentrales eveneens behoorlijk toenemen.

Het marktaandeel van GasTerra wordt beperkt door de 1,35 m3/h aan virtuele opslag die eind april succesvol in de markt is gezet. GasTerra heeft het voornemen geuit deze virtuele opslag ook als meerjarig product te zullen gaan aanbieden. Door meer en tevens langjarig capciteit te verkopen kan GasTerra in de berekeningen van Brattle effectief het marktaandeel reduceren. Zodoende zou de rol van GTS als verdeelkantoor kunnen worden opgeheven. Er is echter een nog veel effectievere oplossing en die heet dagbalancering!

De mogelijk dominante positie van GasTerra zit naar alle waarschijnlijkheid slechts in de uurflexibiliteit[1]. De rol van uurflexibiliteit is voor marktpartijen vooral relevant vanwege de keuze voor een balanceringsregime met cumulatieve uurbalancering. Het is deze keuze die maakt dat marktpartijen behoefte hebben aan uurflexibiliteit, uurflexibiliteit die dus in belangrijke mate in handen is van GasTerra. Zou zijn gekozen voor dagbalancering, dan was de vraag wel of niet vermeend dominant van een hele andere orde van grootte.

Dagbalancering verplaatst de behoefte aan uurflexibiliteit namelijk van de marktpartijen naar GTS. Dat biedt belangrijke voordelen. Op de eerste plaats is de totale behoefte aan flexibiliteit lager. Dit omdat GTS voor het hele systeem inkoopt en dus profiteert van ongelijktijdigheid in de behoefte aan flexibiliteit van individuele marktpartijen. Op de tweede plaats zal GTS veel sterker worden geprikkeld om flexibiliteit scherp in te kopen als de kosten via de eigen winst en verliesrekening loopt ten opzicht van de combiflex/nomflex aanpak waarbij GTS vooral als doorgeefluik fungeert. Een verder groot voordeel zou zijn dat de introductie van dagbalancering een einde maakt aan de uitzonderingspositie van Nederland in het Europese gasmarkt en daarmee bijdraagt aan de gasrotonde strategie.

[1] NMA en/of Brattle hebben het niet de moeite waard gevonden om langere tijdsblokken dan een uur. Dat ligt ook voor de hand omdat in 2008, toen Frontier Economics de rol van GasTerra onderzocht, het de uurproducten waren waar het marktaandeel van GasTerra als zijnde te hoog werd ervaren.


dagbalancering flexibiliteit Brattle Group GasTerra GTS
geplaatst door: redactie VOEG


Reactie's op dit artikel:
Voeg een reactie toe:


(Zal niet worden getoond.)


    captcha spamblocker

Captcha Code